Afgelopen woensdag stapte ik weer even in mijn inmiddels vertrouwde autootje – dat ik heb omgedoopt tot Greytje (ja, spreek uit als Greetje… grijs in het Engels 😉). Alleen dat ritje ernaartoe geeft al zo’n heerlijk gevoel van vrijheid.
Dit keer ging de rit naar de Twijzelermieden. Een plek waar ik graag kom, maar die toch elke keer weer anders voelt. Alsof de natuur daar nooit stilstaat – en gelukkig maar.
Eenmaal aangekomen ben ik eerst de vogelkijkhut ingedoken. En daar was het meteen raak: ganzen, ganzen en nog eens ganzen. Wat een leven! Het was allesbehalve stil – een kakofonie van gegak, gespetter en gefladder. Maar eerlijk? Juist dat maakt het zo mooi.
Ik heb daar een hele tijd gezeten, gewoon kijkend en luisterend. De ganzen waren druk in de weer: badderen, elkaar imponeren (vooral de mannetjes natuurlijk 😄) en ondertussen hun territorium een beetje bewaken. Vlak bij de hut zag ik zelfs meerdere nesten. Dat maakt het toch extra bijzonder, alsof je even een kijkje krijgt in hun wereld zonder te storen.
Na een tijdje kreeg ik zin om nog even de benen te strekken. Dus ben ik op ontdekking gegaan en liep ik een stukje dat ik nog niet eerder had verkend. Dat zijn vaak de leukste wandelingen – zonder plan, gewoon zien waar je uitkomt. En ook daar weer volop natuur, rust en dat fijne gevoel van even helemaal weg zijn.
Het zijn van die middagen die niet groots of spectaculair hoeven te zijn, maar die je toch bijblijven. Gewoon ik, Greytje, de natuur en een heleboel lawaaiige – maar prachtige – ganzen. 🦢




























