Vanmiddag zaten we eigenlijk perfect. Op de bank, lekker warm, Netflix aan, haakwerkje binnen handbereik… niks mis mee. En toch. Dat zonnetje dat zo uitnodigend naar binnen scheen, zorgde voor dat bekende kriebeltje. Dat “zullen we toch even…”-gevoel.
Dus vroeg ik aan Banjertje of hij zin had om mee te gaan wandelen in het Driezumerbosk. Die vraag hoefde ik geen tweede keer te stellen. Hij sprong van de bank alsof hij al uren stond te wachten en wilde meteen weg.
Mijn hubby ook maar even gevraagd en voor we het wisten stonden we met mutsen, wanten en dikke sjaals klaar. Want ja, zonnig of niet: koud was het toch wel een beetje. Op de fiets richting het bos, lekker samen, even eruit.
Nog maar net het bos in, kwam er een vrouw op ons af die enthousiast vertelde dat er roofvogels en een uil zaten. Nou… daar werd ik dus meteen helemaal blij van. Wat bleek? Het waren de roofvogels en uilen van Valkerij De Wâlden. Kon het natuurlijk niet laten om een paar foto’s te maken, al waren de vogels niet bepaald fan van Banjertje. Begrijpelijk ook.
Daarna hebben we heerlijk een paar kilometer gewandeld. Frisse lucht, knisperende kou en dat fijne gevoel van buiten zijn. En als kers op de taart: een prachtige zonsondergang die het bos in warme kleuren zette. Zo’n moment waarop je even stil wordt.
De terugweg op de fiets was eerlijk gezegd berekoud, maar dat maakte alles daarna alleen maar beter. Warme thee, een stroopwafel die extra goed smaakte… en die hete douche?
Zaaaaaaaalig.
Soms heb je niet meer nodig dan een zonnetje, een bos en even samen naar buiten gaan.









