Na een dag hard werken plofte ik gisteravond neer met een beker warme thee. Twee hondjes tevreden naast me op de grond – heerlijk, die vloerverwarming, waardoor “op de grond zitten” ineens pure luxe wordt. Een beetje achteloos scrollend door mijn Facebook-tijdlijn, nietsvermoedend, tot mijn oog blijft hangen bij woorden als zonuitbarstingen, zonnewind en… Noorderlicht.
“Nu naar buiten!”
“Het is te zien!”
Mijn hart sloeg meteen een slag over.
Zonder nadenken greep ik mijn camera. Instellingen erin, naar buiten gekeken, geprobeerd, opnieuw geprobeerd… maar nee. Met de gewone camera kreeg ik het niet voor elkaar. Frustrerend, want je weet dat het er is, je ziet het met je ogen, maar het wil zich niet laten vangen.
Snel naar binnen. Computer aan. Kan dit ook met mijn smartphone? Ja! Instellingen opgezocht, aangepast, weer naar buiten. En gelukkig – net op tijd – wist ik toch nog een paar foto’s te maken die enigszins bruikbaar waren. Geen meesterwerken, maar wel bewijs. Bewijs van iets bijzonders.
Maar daar bleef het niet bij.
Vanuit mijn hobbykamer boven, op zolder, zag ik het nog steeds gloeien aan de hemel. En toen kon ik het niet laten: jas aan, camera mee, fiets gepakt. Het was inmiddels half twaalf ’s avonds, maar dat maakte niets uit. Op naar Dokkum. Richting de weilanden. Meer ruimte, minder licht, meer magie.
En daar…
KOUD!!! Maar wat een spektakel.
De lucht leefde. Zacht, mysterieus, bijna onwerkelijk. Groenige sluiers, subtiele bewegingen. Adembenemend. Even stond de tijd stil en was er alleen dat moment – jij, de nacht, en een hemel die laat zien hoe klein je eigenlijk bent.
De foto’s zijn geen hoogstandje. Geen prijzen, geen perfecte scherpte, geen technisch wonder. Maar in dit geval doet dat er totaal niet toe.
Want soms telt niet het perfecte plaatje, maar het meemaken. Het zien. Het voelen.
En dit… dit neemt niemand me meer af.















