Vanmorgen begon ik extra vroeg met het huishouden. Zo’n ochtend waarin je jezelf een beetje opjaagt, maar met een goed doel: vanmiddag nog een paar uurtjes voor mezelf. Op de fiets, richting De Houtwiel. Het was alweer maanden geleden. Even eruit, frisse lucht, wandelen en natuurlijk… foto’s maken.
Daar had ik me echt op verheugd.
En ja — ik ben gegaan. Ik heb gewandeld. Ik heb foto’s gemaakt. Maar lekker? Nee, dat was het helaas niet.
Sinds kort weet ik dat ik artrose heb in mijn handen. Vooral mijn linkerhand speelt op dit moment flink op. Mijn middelvinger is dik en ontstoken, en na een ochtend schoonmaken was het misschien gewoon niet zo’n slim idee om daarna ook nog fanatiek te gaan fotograferen. Het vasthouden van mijn camera deed eerlijk gezegd gewoon pijn.
Alsof dat nog niet genoeg was, zit er ook weer een slijmbeursontsteking in mijn schouder. Dinsdag krijg ik gelukkig een cortisonenspuit, maar op dit moment is het vooral… vervelend en zeurend aanwezig bij alles wat ik doe. Gooi daar nog een harde, koude wind overheen en je snapt: het was geen ontspannen fotomiddag.
En toch.
Toch was het goed om even buiten te zijn. Even weg van alles. Even in de natuur, hoe oncomfortabel het ook voelde. En ondanks alles heb ik toch nog een paar mooie plaatjes kunnen maken. Misschien niet mijn beste werk, maar wel momenten die er waren — en die ik toch heb kunnen vastleggen.
Soms zit het gewoon even tegen. Maar zelfs dan is er altijd nog iets kleins om mee naar huis te nemen.






