Sommige dieren trekken meteen je aandacht. Niet omdat ze groot zijn of zeldzaam, maar simpelweg omdat je ogen er automatisch naartoe worden getrokken. Dat had ik vandaag bij de regenbooglori’s in Pantropica in Luttelgeest.
Zodra ik hun verblijf binnenliep, was het een explosie van kleur en beweging. De ene vogel vloog rakelings langs me heen, terwijl een andere nieuwsgierig vanaf een tak de bezoekers in de gaten hield. Het zijn van die vogels waarbij je bijna niet weet waar je als eerste moet kijken.
De regenbooglori (Trichoglossus haematodus) behoort tot de papegaaien van de Oude Wereld en doet zijn naam absoluut eer aan. Met een lengte van ongeveer 25 tot 30 centimeter is het geen grote papegaai, maar door zijn spectaculaire verenkleed valt hij direct op. De diepblauwe kop, de felgroene vleugels en rug, de vuurrode borst met blauwzwarte strepen en de gele accenten maken hem tot een van de kleurrijkste vogels ter wereld. Wanneer hij vliegt, verschijnt bovendien een opvallende gele band onder de vleugels.

Van oorsprong leeft de regenbooglori in een uitgestrekt gebied dat loopt van de Molukken en West-Papoea via Papoea-Nieuw-Guinea tot aan Nieuw-Caledonië, de Salomonseilanden en Vanuatu. Hij voelt zich thuis in regenwouden en andere bosrijke gebieden waar volop bloeiende bomen en struiken te vinden zijn. Binnen deze grote verspreiding bestaan verschillende ondersoorten, waarvan een aantal tegenwoordig zelfs als zelfstandige soort wordt beschouwd.
Wat deze vogels extra bijzonder maakt, is hun dieet. In tegenstelling tot veel andere papegaaien leven regenbooglori’s voornamelijk van nectar, stuifmeel en vruchten. Hun tong is daar speciaal voor aangepast: aan het uiteinde zitten kleine borstelachtige uitsteeksels waarmee ze nectar uit bloemen kunnen opnemen. In Australië vormen bloeiende eucalyptusbomen een belangrijke voedselbron.
Ook hun gedrag maakt ze ontzettend leuk om naar te kijken. Regenbooglori’s zijn nieuwsgierig, speels en voortdurend in beweging. Meestal leven ze als paartje, maar regelmatig vormen ze ook grotere groepen die net zo snel weer uiteenvallen. Ze verdedigen hun territorium fel en deinzen er niet voor terug om zelfs grotere vogels weg te jagen.
Voor een fotograaf zijn ze een heerlijke uitdaging. Ze zitten zelden lang stil, vliegen razendsnel van tak naar tak en lijken voortdurend iets nieuws te ontdekken. Dat maakt het soms lastig om ze goed vast te leggen, maar juist die levendigheid maakt iedere geslaagde foto extra bijzonder.
Tijdens mijn bezoek aan Pantropica kon ik dan ook mijn camera nauwelijks wegleggen. Iedere regenbooglori had weer een andere houding, een nieuwsgierige blik of liet zijn schitterende kleuren net weer anders zien in het licht.
Hieronder een kleine selectie van mijn favoriete foto’s van deze prachtige vliegende regenbogen.







