Wanneer is het tijd om afscheid te nemen van je hond? Wanneer weet je dat het genoeg is geweest? Dat je hem moet laten gaan, ook al wil je hem zelf nog zo graag bij je houden?
Het zijn vragen die de laatste tijd steeds vaker door mijn hoofd spoken. Vragen waarop ik eigenlijk helemaal geen antwoord wil hebben.
Onze Boris is inmiddels 16 jaar en 2 maanden oud. Mijn ouwe trouwe Boris. Mijn maatje. Mijn alles.
We zien hem achteruitgaan. Hij is afgevallen, eet minder goed en wordt steeds strammer. Al een paar jaar ziet en hoort hij niets meer. Hij leeft in zijn eigen kleine wereldje, waarin hij gelukkig nog altijd precies weet waar hij moet zijn. Waar zijn mandje staat, waar zijn eten is en waar wij zijn.
Maar hij wordt oud. Echt oud. En hoe graag ik ook zou willen dat de tijd even stil bleef staan, dat doet hij niet.
Wat kunnen we nog voor hem doen?
Gisteren ben ik met Boris naar de dierenarts geweest. Niet omdat er iets acuut mis was, maar omdat ik wilde weten of we nog iets voor hem konden doen.
Zou een zwaardere pijnstiller een optie zijn? Kunnen we het hem nog wat comfortabeler maken? Is er iets waardoor hij zich beter voelt?
De dierenarts was duidelijk.
Als het haar hond was, zou ze hem laten inslapen. Wat heeft hij nog voor leven?
Die woorden kwamen binnen. Heel hard. Ik begrijp wat ze bedoelt. Echt. Ze kijkt als dierenarts naar Boris, naar zijn leeftijd, zijn lichamelijke achteruitgang en zijn kwaliteit van leven.
Maar het is niet haar hond.
Het is ónze hond.
Ónze Boris.
En hoe neem je in vredesnaam een beslissing over het leven van een hond die zo ontzettend veel voor je heeft betekend?
De hond die mij gered heeft
Boris kwam bij ons toen duidelijk werd dat er geen kinderen zouden komen.
Hij werd ons kleine mannetje. Ons hondje. Een deel van ons gezin.
Maar Boris werd voor mij nog zoveel meer dan dat.
Hij heeft mij door de aller-, allermoeilijkste periode van mijn leven geholpen. Zonder dat hij dat zelf ooit heeft geweten.
Hij heeft mij gered.
Toen mijn wereld steeds kleiner werd en de angst en paniek mijn leven beheersten, was Boris degene die ervoor zorgde dat ik weer naar buiten ging.
Eerst maar een klein stukje. Dan weer iets verder.
Op de fiets, met Boris in zijn mandje. Samen wandelen. Samen op pad om foto’s te maken.
En als de paniek dan toch weer toesloeg en ik huilend terug naar huis fietste, zat hij daar. In zijn mandje. Mijn kleine trouwe vriend.
Hij stelde geen vragen. Hij vond nergens iets van. Hij was er gewoon.
’s Avonds lag hij lekker tegen me aan op de bank. Tijdens het eten kwam hij altijd even kijken of er nog iets te bietsen viel. Want ja, Boris zou Boris niet zijn als hij niet probeerde om ergens iets lekkers los te peuteren.
Zestien jaar lang is hij er geweest.
In goede tijden. In slechte tijden. Op dagen waarop ik de hele wereld aankon en op dagen waarop ik het liefst onder de dekens was blijven liggen.
En nu moet ik misschien degene zijn die beslist dat zijn leven voorbij is. Hoe doe je dat?
Is het egoïstisch om hem nog bij ons te willen houden?
Ik gun hem rust. Natuurlijk gun ik hem rust. Ik wil niet dat hij pijn heeft. Ik wil niet dat hij moet lijden omdat wij geen afscheid van hem kunnen nemen.
Maar we kunnen het nog niet.
En ergens vraag ik me af of dat egoïstisch is.
Misschien wel.
Misschien houd ik hem vast omdat ik zelf nog niet zonder hem kan. Omdat ik bang ben voor dat lege plekje op de bank. Voor die lege bench. Voor het moment waarop ik thuiskom en hij er niet meer is.
Maar dan komt hij ’s morgens weer kwispelend zijn bench uit.
Mijn ouwe trouwe Boris. Hij komt naar me toe. Hij weet dat ik er ben. Hij zoekt zijn vertrouwde plekjes op.
En dan denk ik: heeft hij het echt zo slecht? Heeft hij werkelijk geen fijn leven meer?
Of zie ik alleen wat ik zo graag wil zien?
Zie ik dat kwispelende staartje en vergeet ik voor het gemak dat hij steeds minder eet? Dat opstaan moeilijker wordt? Dat zijn lijfje niet meer wil zoals vroeger?
Ik weet het niet.
En dat maakt het zo ontzettend moeilijk.
Wanneer is het genoeg geweest?
Ik heb altijd gedacht dat je het wel zou weten wanneer het zover was.
Dat er een moment zou komen waarop je naar je hond kijkt en denkt: nu is het genoeg. Nu moet ik je laten gaan.
Maar wat als dat moment niet zo duidelijk is?
Wat als er slechte momenten zijn, maar ook nog goede?
Wat als hij ’s morgens vrolijk uit zijn bench komt, maar de rest van de dag vooral ligt te slapen?
Wat als hij minder eet, maar nog wel geniet van iets lekkers?
Wat als zijn lijfje steeds verder achteruitgaat, maar hij nog altijd mijn vertrouwde Boris is?
Wanneer weegt het ene zwaarder dan het andere?
En hoe weet je zeker dat je de juiste beslissing neemt?
Ik ben bang dat we te vroeg afscheid van hem nemen. Dat ik achteraf denk: hij had misschien nog wel een paar fijne weken of maanden kunnen hebben.
Maar ik ben minstens zo bang dat we te lang wachten. Dat we hem uit liefde bij ons houden, terwijl diezelfde liefde juist zou moeten betekenen dat we hem laten gaan.
Dat is misschien nog wel het moeilijkste van alles.
Dat je uit liefde twee totaal verschillende dingen kunt willen.
Hem bij je houden.
En hem rust gunnen.
We bekijken het per dag
Voorlopig bekijken we het maar per dag.
We kijken naar Boris. Naar hoe hij opstaat, hoe hij loopt, hoe hij eet en hoe hij zich gedraagt.
We proberen niet alleen te kijken naar wat wij willen, maar vooral naar wat hij nodig heeft.
En ondertussen knuffel ik hem. Praat ik tegen hem, ook al hoort hij me niet meer. Aai ik hem over zijn oude koppie en hoop ik dat hij voelt hoeveel ik van hem houd.
Dat hij weet dat hij veilig is.
Dat hij weet dat hij nooit alleen zal zijn.
Misschien komt er binnenkort een ochtend waarop hij niet meer kwispelend uit zijn bench komt. Misschien wordt het ons eerder duidelijk dat zijn lijfje niet meer kan.
Misschien moeten wij op een dag de beslissing nemen voordat hij ons zelf kan laten zien dat het genoeg is geweest.
Ik weet alleen dat ik hem geen pijn wil laten lijden.
Maar ik weet ook dat ik nog lang niet klaar ben om afscheid van hem te nemen.
En misschien ben je daar ook nooit klaar voor.
Mijn ouwe trouwe Boris
Zestien jaar en twee maanden.
Wat hebben we samen veel meegemaakt, jongen.
Jij hebt mij geholpen toen ik zelf niet meer wist hoe ik verder moest. Jij hebt mij weer naar buiten gekregen. Jij hebt mij laten lachen op momenten waarop ik dacht dat ik dat niet meer kon.
Jij was er voor mij toen ik je het hardst nodig had.
En nu is het aan mij om er voor jou te zijn.
Ook als dat betekent dat ik op een dag de moeilijkste beslissing van mijn leven moet nemen.
Ik hoop alleen dat ik op tijd zal weten wanneer die dag is aangebroken.
Dat ik niet te vroeg ben.
Maar vooral dat ik niet te laat ben.
Want hoe graag ik je ook nog bij me wil houden, lieve Boris, jij verdient een mooi afscheid. Zonder pijn. Zonder angst. Met alle liefde die je ons zestien jaar lang hebt gegeven.
En als het zover is, zal ik je laten gaan.
Maar vandaag nog even niet.
Vandaag ben je er nog.
En vandaag ben ik daar ontzettend dankbaar voor. ❤️

