Vanochtend had ik ineens zo’n moment waarop ik dacht: “Het is veel te mooi weer om vandaag binnen te blijven!”
Dus hup… de stofzuiger gepakt, beneden in recordtempo gestofzuigd en afgestoft en de rest? Ach, dat komt later wel. Snel een stokbroodje in de oven, samen gegeten en daarna ben ik in de auto gestapt. Op naar Beetsterzwaag.
Daar heb ik de auto geparkeerd en ben ik gewoon gaan lopen. En niet zomaar een stukje. Uiteindelijk werd het ruim 6,5 kilometer. Voor mij de langste wandeling tot nu toe. En toen ik thuis kwam, stonden er ruim 15.000 stappen op mijn teller. Best een beetje trots op eigenlijk.
Toch blijft het iedere keer weer een beetje onwerkelijk.
Ik… helemaal alleen in het bos. Zonder angst.
Als iemand me dat een paar jaar geleden had verteld, had ik hem waarschijnlijk hard uitgelachen. Vroeger was ik doodsbang voor bossen. De stilte, de bomen, de weidsheid… het kon me compleet in paniek brengen.
Nu loop ik er gewoon.
Nou ja… bijna dan.
Vanmiddag had ik toch even zo’n momentje. Ik bleek namelijk ongemerkt een mountainbikepad te volgen. Het pad leek maar niet op te houden en ik begon me toch even af te vragen of dit nou wel zo’n verstandig idee was. “Eh… Esther… was dit nou echt slim?” Gelukkig duurde dat gevoel niet lang en zag ik al snel dat alles helemaal goed zou komen.
En weet je wat ik tegenwoordig soms denk?
Stel dat me hier iets overkomt. Dat ik in het allerergste geval ineens dood neer zou vallen…
Dan heb ik in ieder geval een prachtig plekje uitgekozen.
😂
Nee hoor, voordat jullie je zorgen gaan maken: ik heb absoluut geen plannen in die richting. Integendeel zelfs. Er is nog veel te veel wat ik wil doen in dit leven. Veel te veel mooie dingen om nog te beleven.
Op de terugweg ging ineens de telefoon.
F.
“Waar ben je?”
“Ehhh… ergens in de buurt van Burgum geloof ik… hoezo?”
“Pak de afslag en kom gezellig naar Earnewâld. Ik ben in de haven.”
Nou… dat hoef je mij geen twee keer te zeggen. Dus hup, de afslag genomen en richting Earnewâld gereden. De tweede keer deze week dat ik daar kwam.
Samen hebben we nog heerlijk aan het water gezeten, een beetje genoten van de rust en natuurlijk kon een ijsje niet ontbreken. Ik haalde een Cornetto… die had ik na al die kilometers én die kleine angstige momentjes toch echt wel verdiend.
Al met al was het een heerlijke middag.
En als ik één ding steeds meer leer, dan is het wel dat je soms gewoon moet gaan. Niet te veel nadenken, niet wachten op het perfecte moment, maar gewoon je schoenen aantrekken en de deur uitlopen.
Want juist buiten, tussen de bomen, vind ik steeds vaker iets terug waarvan ik dacht dat ik het kwijt was.
Genieten jullie mee van de foto’s?
















