Sommige dagen laten zich niet in één woord vangen.
Gisteren was zo’n dag.
Een dag waarop mooie ontmoetingen en oud verdriet elkaar voortdurend afwisselden. Een dag waarop ik heb gelachen, interessante gesprekken heb gevoerd, maar ook opnieuw door een stuk verdriet heen moest waarvan ik dacht dat ik het misschien al een beetje achter me had gelaten.
Via LinkedIn heb ik al maanden contact met een agent van de Amsterdamse politie die in Almere woont. We hadden regelmatig contact over een bijzonder project waar ik veel respect voor heb en waar ik zelf ook iets aan heb. Achter de schermen hadden we al vaak ideeën uitgewisseld en eigenlijk wilden we al veel eerder eens afspreken. Ik zou dat dan combineren met een bezoek aan mijn vader.
Toen overleed mijn vader.
Mijn hoofd stond er simpelweg even niet naar. Gelukkig had hij daar alle begrip voor.
Van de week dacht ik ineens: als hij geen vakantie heeft, dan is dit misschien hét moment. Het is wat rustiger qua werk, nog lekker weer en ik kan er een lekkere dag voor mezelf van maken. We maakten snel een afspraak voor vrijdag bij Van der Valk in Almere.
Ik vond het best spannend. Mijn eerste echte zakelijke afspraak waar ik helemaal zelf naartoe reed. Nog steeds voelt dat rijbewijs als een klein wonder. Zomaar in de auto stappen, gaan waar ík naartoe wil, wanneer ík dat wil. Wat is vrijheid toch iets bijzonders.
Rond half twee reed ik het parkeerterrein op. Precies op dat moment ging mijn telefoon.
“Ben je er al?”
Ja. Ik was er.
“Wil je binnen zitten of buiten op het terras?”
We hebben uren op het terras gezeten. Heerlijk, wat een weertje! Het gesprek liep vanzelf. We spraken over het project, over het werk, maar ook over het leven in al zijn facetten.
Tot mijn verrassing vertelde hij dat er de afgelopen tijd al dingen aan het project waren aangepast naar aanleiding van ideeën die ik had aangedragen. Hij wilde mijn kennis en ervaring graag vaker inzetten.
Dat blijft iets waar ik moeilijk mee om kan gaan. Misschien is het bescheidenheid. Misschien onderschat ik mezelf nog te vaak. Maar stiekem maakte het me ook wel een beetje trots.

Na onze afspraak reed ik naar het Flevoziekenhuis.
Ik moest daar nog één keer naartoe.

Niet omdat ik verwachtte dat ik daar antwoorden zou krijgen. Maar omdat iets in mij nog niet klaar was. Alsof ik die laatste weken nog één keer moest voelen. Nog één keer door die gangen moest lopen. Alsof het afscheid veel te abrupt was geweest en mijn hoofd en mijn hart nog niet helemaal op dezelfde plek stonden. (zie ook mijn eerdere blog: Dag lieve pap…)

Op de kamer van mijn vader lag inmiddels natuurlijk iemand anders. Dat was vreemd.
Ik ben naar de verpleegkundigen gelopen om hen te bedanken voor de zorg die zij mijn vader hebben gegeven. Natuurlijk is niet alles perfect gegaan. Maar wie dagelijks met zoveel ziekte, verdriet en afscheid te maken krijgt, verdient óók een keer een oprecht dankjewel.
Ze wisten meteen over wie ik het had.
Vanwege de privacy konden ze mijn vragen niet beantwoorden. Dat begrijp ik wel, hoewel ik het ook wel lastig vind.
Maar wat ze wél zeiden raakte me enorm: “Wat was dát een lieve man, je vader.” Ik slikte, bedankte hen nog een keer en liep richting de uitgang.
Onderweg naar beneden kwamen de tranen.
Niet een paar.
Gewoon alles.
Alsof weken van spanning, zorgen, machteloosheid en verdriet ineens besloten dat het genoeg was geweest en er eindelijk uit mochten.
Wat is er veel gebeurd in de afgelopen maanden…
Na het ziekenhuis reed ik naar de begraafplaats.
Bij het kleine bloemenwinkeltje kocht ik een mooie roos. Die heb ik op zijn graf gelegd.
Verstandelijk weet ik best dat hij er zelf niets meer aan heeft. Maar ergens hoop ik toch dat hij het ziet. Dat hij, waar hij ook is, weet hoeveel ik hem mis. Dat hij weet hoe vaak ik nog aan hem denk.
Op de terugweg besloot ik de dag niet alleen met verdriet af te sluiten.
Ik reed door naar een oude vriendin.
Zij was jaren geleden al eens bij mij geweest, maar ik was nog nooit bij haar thuis in Almere geweest. Nu kon dat eindelijk!
Ik nam een mooie bos bloemen mee en we hebben ruim anderhalf uur zitten praten. Over van alles. En dat deed me goed.
Soms heb je geen antwoorden of oplossingen nodig. Alleen iemand die even oprecht naar je luistert.
Rond half zeven stapte ik weer in de auto. Tegen kwart over acht was ik thuis.
Toen ik ’s avonds onder de douche terugdacht aan de dag, besefte ik hoe bijzonder hij eigenlijk was.
Ik heb wéér mooie nieuwe stappen gezet.
Ik heb oude wonden aangeraakt.
Ik heb afscheid gevoeld.
Ik heb warmte ontvangen.
En misschien was dat wel precies wat ik nodig had. Niet om het verdriet te vergeten. Maar om weer een klein stukje verder te kunnen.
Het is goed zo.

